Jeroen Olyslaegers en de Dulle Griet

Jeroen Olyslaegers wordt de volgende twee jaar writer in residence bij het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh. De schrijver, die momenteel hoge toppen scheert met zijn roman Wil, bereidt er zijn volgende boek voor dat in het teken staat van het 16de-eeuwse Antwerpen én de Dulle Griet. Hij zal ook in het museum zelf artistieke interventies ondernemen.   

sigridspinnox-8
foto: Sigrid Spinnox

Olyslaegers  scheert momenteel hoge toppen met zijn boek Wil. Met deze roman won hij in mei 2017 de Fintro Literatuurprijs, en op 13 juni 2017 ontving hij hiervoor de Ultima Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Proza uit de handen van Sven Gatz, Minister voor Cultuur. Met die laatste prijs treedt hij in de voetsporen van onder meer Stefan Hertmans, Hugo Claus en Hendrik Conscience.

In aanloop naar 2019 slaan Olyslaegers en Museum Mayer van den Bergh de handen in elkaar. 2019 wordt immers een feestjaar voor Pieter Bruegel de Oude, het is dan 450 jaar geleden dat de schilder overleed. Op 5 oktober 2019 opent in Museum Mayer van den Bergh de Bruegeltentoonstelling ‘De wereld op zijn kop’. In deze tentoonstelling worden drie mysterieuze en apocalyptische schilderijen van Bruegel voor het eerst samengebracht en ontrafeld. Eén van die schilderijen is het topstuk van het museum zelf, de Dulle Griet, dat momenteel in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel gerestaureerd wordt. Dit schilderij fascineert Olyslaegers al lange tijd en zal een belangrijke rol spelen in zijn volgende boek, dat, zo zegt de schrijver zelf, ‘nog grootser wordt’ dan het recent gelauwerde Wil.

Olyslaegers’ hart klopt niet enkel voor Bruegel en de Dulle Griet: zijn liefde voor de verborgen parel Museum Mayer van den Bergh, en de vele verhalen die schuilgaan in dit huiskamermuseum, zijn een bron van fascinatie voor de auteur. De samenwerking naar aanloop van het Bruegeljaar is voor de gevierde schrijver ‘een natuurlijke verwantschap’ waarbij zijn eigen literaire praktijk, de collectie van Museum Mayer van den Bergh en de tentoonstelling ‘De wereld op zijn kop’, elkaar ontmoeten. De schrijver zegt daarover zelf het volgende: ‘Het Museum Mayer Van den Bergh doet mij dromen. In haar bezit is één van de mooiste en voor mij een van de meest intrigerende schilderijen ooit gemaakt, de Dulle Griet van Pieter Bruegel de Oude. Ik heb het museum zelf altijd als mysterieus ervaren. In feite en in alle discretie gezegd is het zelfs een jongensdroom van deze bijna vijftigjarige knaap die een mooi museum als een portaal beschouwt naar zoveel verschillende werelden.’

Als writer in residence maakt Olyslaegers een hedendaagse vertaalslag en toont hij dat Bruegel en zijn artistieke nalatenschap ook na 450 jaar nog relevant zijn. Op 5 oktober 2017, exact twee jaar voor de opening van ‘De wereld op zijn kop’ én bovendien op de 50ste verjaardag van de auteur zelf, wordt de eerste artistieke interventie van Olyslaegers als writer in residencevoorgesteld in Museum Mayer van den Bergh. De auteur neemt de bezoeker mee in een luisteravontuur en op een ongewone ontdekkingstocht in Museum Mayer van den Bergh. Schepen van cultuur Caroline Bastiaens is bijzonder opgetogen over de samenwerking: “Het feit dat Olyslaegers, momenteel één van de meest gevierde schrijvers van Vlaanderen, zijn naam en werk wilt verbinden aan het Museum Mayer van den Bergh is een ongelofelijke troef om de schatkamer van Fritz Mayer van den Bergh meer bekendheid te geven binnen het Antwerpse, Vlaamse en internationale culturele landschap. Olyslaegers heeft een bijzonder krachtige en opmerkelijke persoonlijkheid die eenzelfde gedrevenheid en passie voor Bruegel heeft als Fritz Mayer van den Bergh. Die fascinatie voor Bruegel zal de komende jaren nog meer tot uiting komen in zijn eigen werk én in de interventies die hij zal ontwikkelen voor het Museum Mayer van den Bergh. Die samenwerking zal tijdens het Bruegeljaar in 2019 tot een hoogtepunt leiden. Maar ik ben alvast bijzonder benieuwd naar het eerste resultaat dat we samen met de schrijver op zijn vijftigste verjaardag in het museum mogen voorstellen.”

Advertenties