Door de lens van een observator: Stan Douglas in Wiels

Wiels, het Centrum voor Hedendaagse Kunst in Brussel,  blijft een buitenbeentje in het Belgische kunstlandschap. Het is een van de meest toonaangevende instellingen voor hedendaagse kunst in Europa zonder eigen collectie.  Toch slagen ze er steeds in om uit te pakken met verrassende namen en tentoonstellingen. Momenteel is de Canadese kunstenaar Stan Douglas te gast met zijn solotentoonstelling ‘Interregnum’. Zijn werk ‘The Secret Agent’ beleeft hier zelfs zijn Europese première.

Het Wielsmuseum organiseerde, ondanks het relatief jonge bestaan (2008) al meer dan vijftig tentoonstellingen. Nationale en internationale kunstenaars, gevestigde waarden of opkomend talent vonden een onderkomen in de voormalige brouwerij van de hand van architect Adrien Blomme.  Als een van de zeldzame overblijfselen van modernistische industriële architectuur in de Brusselse randgemeente Vorst, is het gerestaureerde gebouw op zich al de moeite om te bezoeken.

De Canadese kunstenaar Stan Douglas (1960) is bekend van zijn filmische beelden, video-installaties en fotografisch werk.  Zijn kunst, waarin hij talloze referenties aan geschiedenis , politiek en technologie verwerkt, vindt zijn basis in het naoorlogse Vancouver, waarvan hij de maatschappelijke omwentelingen ontleedt.  Met ‘Interregnum’ organiseert Wiels de eerste solotentoonstelling van deze kunstenaar in België. Verspreid over drie verdiepingen neemt ‘Interregnum’ de toeschouwer mee door zeven periodes in het leven en werk van Douglas, met als rode  draad historische momenten van overgang, emancipatie en onzekerheid en in dit geval de nasleep van de Portugese Anjerrevolutie in 1974.

Van een geheimagent en Angolese ontvoogding

Stan-Douglas-Interregnum
Stan Douglas, The Secret Agent, 2015. Six-channel video projection, sound, with 1 audio equipment rack on wheels, 6 screens, 8 speakers, 6 video projectors. Courtesy of the artist and David Zwirner, New York/London and Victoria Miro, London

Het middelpunt van deze tentoonstelling is het werk ‘The Secret Agent’ dat in Wiels in première gaat.  Deze zaalvullende video-installatie, die 52 minuten duurt, wordt  geprojecteerd op zes schermen die in rijen van drie tegenover elkaar geplaatst zijn. ‘The Secret Agent’ is gebaseerd op het gelijknamige boek van Joseph Conrad. De roman, die in de loop van de 20ste eeuw meermaals verfilmd werd, wordt beschouwd als een van de eerste spionageverhalen. Douglas opteert voor de fragmentarische aanpak. Hij deconstrueert en impliceert. Door bepaalde camerastandpunten krijg je als toeschouwer een beter beeld dan de hoofdrolspelers in de film zelf.

Douglas voedt je met informatie die wellicht aan de hoofdpersonages voorbijgaat.  Zo staat de stilgevallen klok in de bioscooplobby in schril contrast met het continu afspelen op de verschillende schermen. “Er zitten knipogen naar regisseurs als Pasolini, Godard en Bertolucci in en hij legt de link tussen ontvoogdingsbewegingen over de continenten heen,” lees ik in het bijhorende programmaboekje. Gedurende een kwartier word ik overweldigd door close-ups, sfeerbeelden uit lang vergane kroegen waar nog gerookt mocht worden en camerastandpunten die bij momenten verwarring zaaien.  De meeste bezoekers staan echter niet langer dan vijf minuten stil. Ze kijken en lopen, net als ik, een beetje verloren door de filmografische taal van Douglas. Je weet dat er een bedoeling is, maar je dringt niet door. Door de zes schermen word je verplicht om je focus steeds opnieuw te verleggen om de controle niet te verliezen. Net zoals de hoofdrolspelers geen echte vat hebben op de revolutie en de gevolgen.

In de tweede zaal wordt de toeschouwer geconfronteerd met de reeks ‘Disco Angola’ (2012). Niets doet vermoeden dat elk tafereel in scène is gezet.  Voor deze fotoreeks die bestaat uit acht beelden kruipt Douglas in de huid van een fictieve fotoreporter die getuige is van zowel de opkomende discoscène in New York als het dekolonisatieconflict in Angola.  Ook hier documenteert de kunstenaar minutieus de historische settings, waardoor je als toeschouwer geen enkel ogenblik de indruk hebt dat deze foto’s pas in 2012 het licht zagen.  In ‘Two Friends, 1975’ kijken twee toeschouwers naar het nieuwe dansfenomeen. Zij afwachtend, hij klaar om van zijn stoel te springen en zich in het discoclubleven te storten.  Er kan geen groter verschil zijn met het transatlantische Angola dat het koloniale juk van zich afgooit. Subtiel verbindt Douglas de elementen in zijn werk.  In ‘Capoeira, 1975’ vormen de vuile T-shirts en bezwete lichamen van Angolese rebellen een schril contrast met de steriele dansomgeving van ‘Two Friends, 1975’.

Van jazzsessies en een fictieve fotograaf
Minder geslaagd vind ik de fictieve muziekopnamesessie ‘Luanda-Kinshasa’ (2013) die niet minder dan zes uur duurt. De titel verwijst naar de geschiedenis van de jazz, die zijn wortels vindt in de Afrikaanse muziekcultuur.  Douglas zocht en vond zijn inspiratie bij Jean-Luc Godard en diens documentaire ‘Sympathy for the Devil’, waarbij de regisseur inzoomde  op The Rolling Stones en het proces van muziek schrijven en opnemen. De fictieve muziekopnamesessie in een replica van de legendarische Columbia 30th Street Studio mag dan wel perfect in scène gezet zijn, zonder duiding is het niet meer dan een jamsessie met begeesterde muzikanten.

Stan-Douglas-Interregnum (1)
Stan Douglas, Trick or Treat, 1945, 2010. Digital fibre print mounted on Dibond aluminium, Courtesy the artist and David Zwirner, New York/London and Victoria Miro, London

In ‘Midcentury Studio’ (2010-2011) voert Douglas opnieuw een fictieve fotograaf ten tonele, ditmaal losjes gebaseerd op een combinatie van de legendarische persfotograaf Weegee, de minder bekende Raymond Munro en het New Yorkse Black Star Agency, dat vaak recruteerde onder fotografen zonder fotografische opleiding. Doordat deze fotografen zich niet hielden aan de toenmalig geldende regels inzake verhalende stijl en compositie, kwam hun werk spontaan en anachronistisch over. Douglas imiteerde dat en door de dramatische schaduwen en belichting van de onderwerpen kregen de foto’s vaak een ‘film-noir’-effect. Douglas documenteert met zijn werk het dagelijkse leven in Vancouver na de Tweede Wereldoorlog. Zo verwijst ‘Trick or Treat’ naar halloween, maar toch krijg je als toeschouwer niet het gevoel dat deze foto zo onschuldig is. Zit er in de zak alleen maar snoep? Of bekijken inbrekers hun buit? Door deze twee mensen af te zonderen van het geheel , ontregelt Douglas het beeld. Waarom zitten ze slechts met zijn tweeën? Is dit een deel van een groter geheel? Waar zijn de andere kinderen?

Voor ‘Hockey Fight, 1951′ baseerde Douglas zich op het werk van de eerder vernoemde Raymond Munro.  Douglas keerde daarvoor zelfs terug naar Kerrisdale Arena (Vancouver), waar Munro de oorspronkelijke foto nam. Op Munro’s foto wordt het gevecht niet in beeld gebracht. We zien slechts mensen die ernaar wijzen of zich weg haasten. Oorspronkelijk speelde Douglas met hetzelfde idee, maar uiteindelijk besloot hij toch om het gevecht zelf centraal te stellen en de nadruk te leggen op de gelaatsuitdrukking van twee mensen: de man die valt en de vrouw in de rechterbovenhoek. Alle andere gezichten gaan verborgen onder een hoed of worden door de fotograaf vakkundig buiten beeld gehouden. Daardoor valt de intensiteit van hun gelaatsuitdrukking des te meer op.

De serie ‘Crowds and Riots’ (2008) focust op belangrijke momenten in de geschiedenis van Vancouver. Wanneer je voor de foto’s staat, gaat het duizelen als je weet dat deze minutieus in scène gezet zijn.  ‘Abbott & Cordova, 7 August 1971’ toont een beeld uit de bekende Gastown Riots, waarbij een vreedzame betoging voor de legalisering van marihuana uitdraaide op rellen tussen jongeren en de oproerpolitie. Voor de enscenering van de rellen maakte Douglas gebruik van niet minder dan honderd acteurs.  Bovendien liet hij de straat opnieuw asfalteren en de oude shopgevels in hun oude glorie herstellen. Dit werk is samengesteld uit niet minder dan vijftig verschillende foto’s, die samen negen afzonderlijke scènes vormen.  Voor Douglas zijn deze evocaties van het verleden een manier om na te denken over het heden.

Gaan of niet?
De tentoonstelling ‘Interregnum’ biedt een mooie staalkaart van wat Stan Douglas het laatste decennium gerealiseerd heeft. Ik had het geluk de tentoonstelling tweemaal te zien, in Dublin en nu in Brussel. Douglas’ werk komt beter tot zijn recht in de indrukwekkende ruimten van Wiels dan in de kleinere zalen van het Irish Museum of Modern Art.

De werken worden zonder veel franje gepresenteerd, een foldertje bevat de nodige informatie. Persoonlijk vind ik dit een gemiste kans omdat je als bezoeker het gevoel hebt dat je niet het hele plaatje krijgt. In deze interactieve tijden kan het toch niet zo moeilijk zijn om bijvoorbeeld bij ‘Abbot & Cordova’ de negen scènes uit te lichten. Aan de andere kant verlies je op die manier wel de verwondering van de ontdekking, de subtiele nuances in zijn werk. En dat is toch nog altijd de kracht van goede kunst, steeds opnieuw iets anders ontdekken in hetzelfde werk.

Stan Douglas: Interregnum,  t/m 10 januari 2016, WIELS, Centrum voor Hedendaagse Kunst, Van Volxemlaan 354, Brussel, België. Website: http://www.wiels.org.

Dit artikel verscheen reeds eerder in Het Beeldende Kunstjournaal van dec. 2015- jan. 2016.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s