Wednesday words: Martinus Nijhoff

RENÉ MAGRITTE, La Malédiction, 1936
RENÉ MAGRITTE, La Malédiction, 1936

Is het mogelijk dat onderbewustzijn en toeval elkaar ontmoeten? Dan zal dit zeker vandaag het geval zijn. Een tijdje geleden schreef ik voor Tzum een recensie over Marco Lodoli’s kleinood WolkVorige zaterdag stond ik in Watou lang stil bij het kunstwerk One Moment van de Nederlandse Merel Van Beukering. Waarom word ik steevast aangetrokken tot die vormen die zich steeds aanpassen aan de luchtlagen waarin ze zich bevinden? Soms donderdreigend, op een ander moment efemeer zwijgzwevend. Terwijl dit schrijfsel zich langzaam een weg zoekt op het internetpad, zal ik wellicht dwalen door de wolkententoonstelling van Le  Roeulx.

Een perfect moment dus tijdens deze Wednesday Words het bekende wolkengedicht van Martinus Nijhoff nog eens te laten voorbijdrijven.

De wolken

Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
Languit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag

En ik riep: Scandinavië, en eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ‘t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s