Recensie: Koenraad Goudeseune – Een verdomd goede jeugdschrijfster & andere verhalen

Koenraad Goudeseune

We leven in jachtige tijden en schrijvers passen zich aan op vraag van hun lezers. Steeds meer schrijvers wagen zich met wisselend succes aan het korte verhaal. Recent las ik werk van Jonas Bruyneel, genoot van Munro en grasduinde in het werk van Hemingway. Ondertussen dient de volgende lading literatuur zich aan vanuit het verre Vlaanderen. Met een naam als Goudeseune kan je alleen maar het beste verwachten, maar of de man ook over een gouden pen beschikt …

De laatste weken verschijnt er in de krant De Morgen een reeks over de nieuwe lichting Vlaamse schrijvers. Het stramien is vrij simpel. Onder dekking van een pseudoniem maait een ‘recensent’ genadeloos alles onderuit dat voor zijn literaire voeten loopt. Hij eindigt zijn stukje ‘bellettrie’ steevast met de gevleugelde woorden: ‘Neen, XXX, die is het niet.’ Ik hou niet van dergelijke gemakkelijke stukjes waarin zelden een goed woord gedrukt wordt en wijdde er dan ook een korte column aan op mijn blog Lettergoesting.

Maar, nu bevind ik me in een gelijkaardige situatie. De korte verhalen van Goudeseune raken me niet. Of beter gezegd, de schrijfstijl van de auteur laat me niet toe om binnen te treden in zijn wereld. Nochtans beschikt deze man over een analytisch inzicht en een vlotte pen die me het beste deden hopen. Hij is immers niet aan zijn proefstuk toe. Als dichter publiceerde hij meer dan verdienstelijke poëzie en kreeg hij meerdere lovende recensies. In VPRO boeken was de bundelHet probleem met mensen die naar zee gaan zelfs de tip van Wim Brands. Dus wie ben ik om dan te beweren dat er betere manieren zijn om de avond door te brengen dan met de nieuwste Goudeseune.

Wie teveel wil bewijzen, …

Een boek afbreken is gemakkelijk, maar er zijn al genoeg mensen die, begiftigd met een ironische pen en dito geest, dit gif vilein uitsmeren op de hun toegewezen mediaruimte. Maar, ik wou niet schrijven dat dit boek sneller uit de bocht gaat dan een wielrenner in de Tour de France of dat Poetin een exemplaar van Een verdomd goede jeugdschrijfster cadeau gaf aan zijn vriendin omdat die meestal haar boeken ontleent in de sectie jeugdliteratuur van de bieb. Te goedkoop, te voor de hand liggend. Dus staat u me toe om aan de hand van een aantal voorbeelden mijn oordeel toe te lichten.

Op de eerste plaats is er de overdreven erudiete aanwezigheid. Versta me niet verkeerd. Een boek mag gerust inhoud hebben en tot traagheid aanmanen. Zinnen moet je kunnen savoureren en tegelijk hun betekenis langzaam laten insijpelen. Een shot chicklit af en toe mag gerust, maar ik hou meer van langzaam opgegoten koffie. Maar nu terug naar Goudeseune. Meer dan eens krijg ik namen voorgeschoteld als Cheever, Carver, Flaubert, maar ze bereiken niet het beoogde effect. Of … de auteur haalt ze onderuit met een of andere vergelijking die zijn effect volledig mist.

Mijn favoriete verhaal van John Cheever was ‘The Music Teacher’. Ik las het opnieuw en opnieuw en ik had er een dichtgeslibde kroonslagader voor veil een verhaal te kunnen schrijven dat maar half zo goed was.

Ik kan me best het enthousiasme voorstellen dat men ervaart bij de lectuur van Cheever, maar daar houdt het op. Onmiddellijk doodt Goudeseune het opgebouwde literaire moment met een kromme naar een (glim)lach hunkerende vergelijking.

Deze vergelijking brengt me dan ook naadloos tot het tweede punt: de naar aandacht hunkerende humor. Dit was mijn grootste bron van ergernis. Schrijven met humor is weinigen gegeven. Columnisten die wekelijks hun lezers verrassen met een cassante column kun je op een hand tellen. Als je in het wild om je heen schiet, dan is de kans groot dat je af en toe eens iets raakt. Dit gevoel overviel me meermaals tijdens de lectuur van het boek: zowel de inhoudelijke als de taalkundige humor hunkeren zonder te overtuigen naar een glimlach. Het korte verhaal Brief aan uitgever dat het boek opent, beschrijft op ludieke wijze hoe een afgewezen schrijver een brief stuurt naar de uitgeverij in kwestie. Leuk geschreven, maar weinig origineel. Heeft de redacteur mijn boek wel gelezen? Waarom krijgt een ander wel een kans en ik niet? Is een ander nu echt beter? Wie beslist over literaire waarde? Verder dan het opwarmen van clichés geraakt de auteur niet en bij momenten lijkt het zelfs op een rondje natrappen wanneer de naam van Benno Barnard en andere ‘literaire coryfeeën’ vernoemd worden. Situationele humor wil ik gerust nog vergeven, het verhaal was al bij al wel leuk geschreven. Waar ik wel een hekel aan heb zijn namen die kant noch wal raken. Noem je personage gerust Gust Gussens of Peter Peeters, maar ik zie geen enkele reden om iemand Gratis Ruitenwisser te noemen. En als ik bij een kort verhaal na een tiental bladzijden nog geen deftige verklaring krijg, dan haak ik als lezer af.

Maar een naam is natuurlijk niet de enige reden om de pijp aan Maarten te geven, want dan zou Raskolnikov (‘Splijtman’), het hoofdpersonage in Dostojevski’s Schuld en Boete, hetzelfde gevoel moeten oproepen. Neen de laatste reden waarom ik geen fan ben van de stijl van Goudeseune is zijn uitwaaierende taal.

Hij had de doortastende blik van een topverkoper en inderdaad, deze maand alleen al had hij vier bedrijven bereid gevonden verkennende gesprekken te voeren over een algehele omschakeling qua internetbeveiliging, over wat hij noemde een andere manier van denken over interne communicatie en waarin de focus niet zozeer lag op het gevaar van buitenaf, maar eerder op de lekkages in het bedrijf zelf.

Ik ben niet op zoek gegaan naar dergelijke zinnen om mijn gelijk te bewijzen. Eerder ben ik vanuit de verschillende vaststellingen overgegaan tot clustering van mijn bezwaren.

Wie veel kan bewijzen, …

Bovenstaande argumenten, die voor mij de zwakte van het boek aantonen, zijn tegelijk ook de sterktes van Goudeseune. Versta me niet verkeerd. Deze man kan schrijven. Een snelle google-opdracht tovert meer dan een positieve recensie tevoorschijn. Op zijn blog Grof Brood schrijft hij gedichten die treffen door hun oog voor detail en accurate beschrijvingen overgoten met een ironisch sausje. Maar dat zijn gedichten. Als je dit een gans boek wil volhouden dan wordt het allemaal teveel. Het boek Een verdomd goede jeugdschrijfster & andere verhalen zou dan ook de waarschuwing moeten meekrijgen dat teveel Goudeseune kan leiden tot overdaad en dat kleine porties zijn aangewezen.

Deze recensie verscheen reeds eerder bij TZUM.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s