Boek: De dichter van Bagdad – Jo Tatchell

customHet nieuwjaarsvuurwerk trekt nog sporen in de nacht terwijl ik de laatste bladzijden van De dichter van Bagdad verslind. Iets meer dan een jaar geleden werd Saddam Hoessein veroordeeld tot de dood door ophanging. Na het lezen van de Yasin-familiekroniek wou ik dat ik de strop zelf had omgelegd.
2007 werd voor mij het jaar van de autobiografische roman. Niet dat ik me stortte op het werk van Tom Boonen om alles te weten over de uitgeweken Vlaamse wielergod of dat ik meer wilde vernemen over de optredens van Natalia. Neen, de mensen waarover ik las, werden tot de literatuur veroordeeld door het leed dat ze tijdens hun leven mee moesten maken. In het boek Het land van de groene geesten nam Pascal Khoo Thwe me mee naar zijn thuisland Birma waar hij door de militaire junta opgejaagd werd tot hij uiteindelijk de grens met Thailand kon oversteken om het dictatoriale regime te ontvluchten. Er is nog niet veel veranderd sinds het boek in 2003 verscheen, schreef ik in 2008. Ondertussen is klimt het land langzaam uit zijn isolement. Toeristen overrompelen de tempelvlakte van Bagan, speedboten verdringen de bootjes van de one-legged rowers op het Inlemeer.
In mijn vroegere huis hing een luchter met Chinese tekens. Kunstenaar en uitbater van restaurant Monkey King, Philippe NG, maakte deze ooit. Zijn moeder schreef de woorden. Deze On-Chiu Cheung laat in het boek Een hart van mandarijntjes haar levensverhaal optekenen. Het vertelt over haar vlucht uit Mao’s utopische land naar Vlaanderen waar ze ons leerde genieten van de echte Chinese keuken. Een boek dat ik op een avond vastnam om diezelfde nacht uitgelezen neer te leggen. De luchter heeft sindsdien een andere betekenis gekregen. Op een van de zijden heeft ze ‘jat faan vong seun’ (als ik de Nederlandse transcriptie goed kan lezen) geschreven: ‘één zeil, wind gunstig’ of met andere woorden ‘alles loopt van een leien dakje’. Ze heeft lang moeten wachten alvorens ze deze woorden kon uitspreken. Ondertussen is deze On-Chiu Cheung niet meer op deze wereld. Tijd vreet genadeloos in het geheugen der mensen.
Ik sta hier in de woestijn van het leven
en componeer een lied om de avond door te komen
en houd mijn vragen in mijn handen
Ik ben de laatste der onfortuinlijke wijzen in een
tijdperk waar wijzen worden veracht
Ik ben de laatste die de smeulende sintels pakt
voordat het vuur dooft …
Ik ben de laatste die brandt …
Met Een dichter in Bagdad schetst journaliste Jo Tatchell niet alleen een mooi beeld van de Yasin-familie, maar ook van de levensomstandigheden tijdens de dictatuur van Zijne Excellentie de President de Leider God Stelde Hem Aan, bij ons bekend onder de naam Saddam Hoessein. De spil van het huishouden is Sabria. Als een ware matriarch leidt ze het gezin Yasin. Haar zonen zijn vrijgevochten en komen al snel in aanvaring met de hoogste instanties van het land. Meer dan eens belandt Djoema’a, een broer van Nabeel, in de gevangenis.
Djoema’a’s dagen worden bepaald door een afschuwelijke routine. Perioden van ondraaglijke pijn worden slechts afgewisseld door de uren waarin hij de volgende marteling afwacht. Hij zit met twintig andere mannen opgesloten in een betonnen ruimte van vier kubieke meter zonder ramen (p. 73)
Nabeel wordt tijdens zijn verblijf aan de universiteit een gevierd dichter en zijn gedicht ‘Broeder Yasin’ zorgt dat zijn roem ook de buitenwereld bereikt. De autoriteiten raden de jonge dichter aan om zijn kritische houding ten opzichte van het regime te laten varen omdat hij anders wel eens in problemen zou kunnen komen. Tijdens de heksenvervolging door Hoesseins Ba’athpartij weet Nabeel uit de handen van zijn beulen te blijven. Het is echter geen gemakkelijk leven voor de dichter die ondertussen getrouwd is en de trotse vader van een zoontje. De overheid heeft ervoor gezorgd dat hij nergens nog werk kan vinden en het jonge gezin kan alleen maar overleven dankzij de hulp van de vele vrienden en bewonderaars. De pesterijen van de Ba’athpartij bereiken een hoogtepunt wanneer de beambte bij wie Nabeel het overlijden van zijn vader komt aangeven (met gevaar voor eigen leven) hem ervan beticht zijn eigen vader omgebracht te hebben. Nabeel beseft dat het tijd is om het land te ontvluchten. Irak is ondertussen een land geworden waarbij de ene helft van de bevolking de andere bespioneert en verraadt. Toch slaagt de dichter erin om een aantal beambten om te kopen en zo per vliegtuig het land uit te geraken.
Tijdens zijn odyssee door Europa belandt hij eerst bij zijn broer Djabbar in Frankrijk om dan later naar vrienden in Halle (in de voormalige DDR) door te reizen. Het leven in Europa is echter niet zo gemakkelijk en de zogenaamde communistische vrienden die hem wel aan een baantje zouden helpen, keren hem een voor een de rug toe. Na een langere periode in Boedapest zorgt de val van het IJzeren Gordijn voor een hernieuwd nationalisme zodat Nabeels familie besluit om naar Engeland uit te wijken. Hier slaagt de schrijver erin zijn writer’s block te overwinnen en zet hij zich aan het vervolg van ‘Broeder Yasin’. Nabeel en Nada zijn ondertussen de trotse ouders van een tweede zoontje.
Nada vindt vrij snel een baantje als corrector, terwijl Nabeel zich langzaam een positie verwerft als journalist en opiniestukken schrijft voor de Arabische kranten Al-Hayat en Asharq Al-Awsat. Een jaar na hun aankomst verhuizen ze naar een nieuw appartement in het drukke westen van de stad, in Hammersmith, en voor het eerst sinds ze wegtrokken uit Bagdad hebben ze het gevoel helemaal in het heden te leven. (p. 318)

Terwijl Nabeel in vrijheid leeft, blijven de pesterijen de familie Yasin volgen. De jongste zoon, Tariq, wordt naar het Iraaks-Iraanse front gestuurd als levende mijnenveger. Dankzij een corrupte generaal wiens villa hij helpt bouwen, weet Tariq zijn leven te redden. Ook zus Amel blijft niet van ellende gevrijwaard. Ook al studeert ze summa cum laude als arts af, toch ziet ze de beste baantjes aan haar voorbijgaan. Als ze uiteindelijk in een ziekenhuis aan het front belandt en daar, zoals de eed van Hippocrates oplegt, zowel vriend als vijand verzorgt, wordt ze door de directeur de laan uitgestuurd. Hij heeft geen keuze. In een ander ziekenhuis waar artsen en verpleegsters de vijand verzorgd hadden, dreven Ba’ath-sadisten hen samen op het dak en verplichtten hen over de rand te stappen. De lijken moesten blijven liggen als waarschuwing aan de bevolking. Ook voor Amel is het tijd om het land te ontvluchten.Ondertussen heeft Nabeel ‘Broeder Yasin Opnieuw’ geschreven en door de aanmoedigingen van zijn vrienden besluit hij de dichtbundel op 1.000 exemplaren te laten drukken. Een aantal exemplaren van de bundel beginnen aan hun odyssee naar Irak. Een Jordaanse dichteres koopt vijf exemplaren en vliegt terug naar Amman. Daar biedt ze drie bundels te koop aan in haar winkeltje. Een Koerdische man die op bezoek is in Amman koopt twee exemplaren en smokkelt ze Irak binnen. Jeugdvriend Tawfiq staart vol ongeloof naar de bundel die zijn broer Hassan hem overhandigt. De kleermaker en samizdatuitgever Tawfiq zal ervoor zorgen dat de bundel door het land verspreid wordt. Als er geen papier of inkt is, schrijft hij de verzen eigenhandig over. Met zijn literaire schat trekt hij naar Yasins familie.

Sabria en de kleinkinderen verzamelen zich rond de tafel terwijl Djoema’a het boekt opent. Hij houdt het voorzichtig vast om de rug niet te breken en begint hardop de eerste pagina te lezen:
O, mijn familie,
mijn engelen keerden niet terug van het feestmaal
(…)
Ik ben de laatste die brandt … (p. 328)
Het einde van het verhaal hebben we zelf allemaal van dichtbij kunnen volgen. De Amerikanen die Irak bombarderen, de bevolking die haar woede koelt op de standbeelden van de dictator, de verwarde Zijne Excellentie de President de Leider God Stelde Hem Aan die door de Amerikanen uit een hol gehaald en tijdens zijn proces ter dood veroordeeld wordt. Vier van de zeven Yasins wonen nog steeds in Bagdad. Sabria stierf op 31 maart 2001 en ligt naast haar man Yasin begraven in Wadi-al-Salaam, het Dal van de Vrede. Zij heeft Nabeel nooit meer gezien.De dichter van Bagdad – Jo Tatchell
Uitgeverij Mouria, Amsterdam, 2006
ISBN 90 458 4973 9
Oorspronkelijke titel Nabeel’s song: A family story of Survival in Iraq
De oorspronkelijk recensie verscheen op 2 januari 2008 bij Urbanmag. Ik heb de vrijheid genomen om sommige passages naar 2014 te hertalen.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s