Kunst in de bunker: Sammlung Boros Berlijn

Toen reclamemagnaat Christian Boros in 1990 zijn eerste ‘Young British Artists’ kocht, wist hij wellicht nog niet dat zijn collectie hedendaagse kunst door de jaren heen zou uitgroeien tot meer dan 700 werken en dat hij samen met zijn echtgenote tot een van de top 200 kunstverzamelaars ter wereld zou behoren. In 2003 kocht Boros een leegstaande bunker in hartje Berlijn om zijn kunstwerken in onder te brengen. Zelf ging hij met zijn familie bovenop deze schat aan hedendaagse kunst wonen, in een penthouse van de hand van Mies Van der Rohe. Een verhaal over kunst, bunkers en vergunningen, maar vooral van passie.

Boros Bunker
Boros Bunker Foto: © NOSHE

Bijna even fascinerend als de kunst die zich binnen de muren bevindt, is de bunker waarin de collectie is ondergebracht. Begin jaren 40 kregen nazi-architecten de opdracht om de ‘Reichsbahnbunker Friedrichstrasse’ te bouwen. Oorspronkelijk zou deze betonnen gigant een schuiloord bieden aan het spoorwegpersoneel van station Friedrichstrasse. De bunker die gebouwd was voor 1.400 mensen, zou aan het eind van de oorlog een vluchtoord worden voor de Berlijnse bevolking die geteisterd werd door de onophoudelijke bombardementen van de Geallieerden. Op dat moment zaten meer dan 4.000 mensen dagelijks opeengepakt in de kille doodskist. Na de val van de hoofdstad werd de bunker door de Russen gebruikt als gevangenis voor nazikopstukken in afwachting van hun proces in Neurenberg.

Daarna werd het even stil rond dit staaltje van nazisymboliek, totdat het gebouw in 1957 opnieuw in gebruik werd genomen door de leiding van de toenmalige DDR. De koele ruimte werd een opslagplaats voor bananen en ander tropisch fruit uit Cuba, vruchten die alleen maar verkrijgbaar waren voor de apparatsjiks van de communistische partij.  In de volksmond kreeg deze plek dan ook al snel de bijnaam ‘De Bananenbunker’. Na de val van de muur in 1989 verloor het gebouw zijn status en het werd in het begin van de jaren 90 een technoclub waar SM en fetisjisme niet uit den boze waren. Deze decadente periode duurde tot 1995 en werd afgesloten met een nieuwjaarsfeest dat de passende -en wellicht ook waarschuwende- naam ‘De laatste dagen van Saigon’ meekreeg. In 2003 kocht Christian Boros de leegstaande bunker om er zijn kunstcollectie in onder te brengen.

Wie het museum wil bezoeken, kan er van donderdag tot en met zondag terecht. Vrij bezoek is niet mogelijk, maar kunstliefhebbers worden tijdens een anderhalf uur durende rondleiding (in het Duits of Engels) rondgeleid langs de collectie.  Dit is de derde presentatie van de uitgebreide kunstverzameling. Boros neemt tijd om zijn collectie te laten bewonderen. De eerste tentoonstelling liep van 2008 tot 2012. De tweede tentoonstelling, met onder andere werk van Ai Weiwei  en Olafur Eliasson, sloot vorig jaar de deuren en klokte af op meer dan 200.000 kunstliefhebbers. De huidige tentoonstelling, die opende in mei 2017, voert de bezoeker mee langs werken van klinkende namen als Kris Martin, He Xiangyu en Katja Novitskova.

De tentoonstelling begint bij werk van de Belgische kunstenaar Kris Martin.  In ‘Mandi XXI’ confronteert hij ons met een aankondigingsbord waarop de aankomst- en vertrektijden in stations worden weergegeven. Er verschijnen echter geen tijden, bestemmingen of sporen. De ronddraaiende plaatjes die normaal cijfers en letters tonen, zijn met zwart overgeschilderd. We wachten, maar we weten net als Vladimir en Estragon (hoofdfiguren uit ‘Wachten op Godot’, een toneelstuk van Samuel Beckett) niet waarop. Tijd en de beleving ervan is een van de grote thema’s in het werk van de West-Vlaamse kunstenaar. Terwijl de tijd voorbijgaat, verschijnt er niets op het bord. Toch blijft de toeschouwer hopen op een teken, een houvast dat niet komt: hij blijft staren naar een bewegend zwart vlak waarop Malevich jaloers zou zijn.

He Xiangyu is een Chinese kunstenaar die afwisselend pendelt tussen Beijing en Berlijn. Voor zijn werk -dat spijtig genoeg de weinig inspirerende titel ‘Untitled’ meekreeg- verguldde de kunstenaar 24 eierdoosjes. Door deze eenvoudige voorwerpen van een goudlaagje te voorzien, verandert hij de blik van de toeschouwers: alledaagsheid verandert in kunst. Maar He doet meer. Een goed observator merkt slechts een paar echte eieren op. Ook hier verandert hij onze manier van kijken. Zijn we immers niet allemaal op zoek naar de kip met de gouden eieren? Verwijst hij met deze actie ook niet naar de éénkind-politiek, die zolang de Chinese maatschappij beheerste? De lege vakken worden plotsklaps een aanklacht tegen het ontbrekende leven, gemiste kansen.

Boros CollectionBunker Berlin #3
He Xiangyu Foto: © NOSHE

 

Het moet een titanenwerk geweest zijn om deze claustrofobische bunker om te toveren in een ruimte waar kunst tot rust kan komen. Vloeren werden weggesneden, muren -die bij momenten nog sporen dragen van de hoogdagen der techno- gewit. Af en toe treft men nog sporen aan van het voorbije leven. De gids wijst plekken aan waar zich vroeger de sanitaire ruimtes bevonden. Kleine luiken die werden aangebracht aan de buitengevel om de verboden bananen stiekem te lossen. De trappen werden zo ontworpen dat een grote massa snel geëvacueerd kon worden: de geest uit het verleden kijkt steeds over je schouder mee.

De Estse Katja Novitskova kan alleen maar gelezen hebben over deze oorlogsperiode. Met haar 33 jaar is ze een van de jongere kunstenaars die in de smaak vallen bij Christian Boros. Met haar ‘Pattern of Activation’ (1984) combineert ze de reële en virtuele wereld. Een digitale print op aluminium met een albino paard staart ons meer dan levensgroot aan. Het beeld van reclame is nooit ver weg. De haast griezelige weergave van het paard met helblauwe ogen laat je beseffen dat het beeld gemanipuleerd is, maar we zijn het zo gewoon geworden dat we er ons nog amper vragen bij (durven) stellen.  In dezelfde ruimte bevindt zich een epoxy pijl die perfect het koersverloop van de Duitse aandelenbeurs DAX zou kunnen weergeven.  Deze pijl bevindt zich op zijn beurt op een trampoline. Twee beelden die los van elkaar volkomen logisch lijken, maar binnen in deze opstelling opnieuw een gevoel van verwarring oproepen.

3
Katja Novitskova Foto: © NOSHE

Het geluk hebben om boven vier verdiepingen hedendaagse kunst te mogen leven, moet een heerlijk gevoel geven. Een bunker opwaarderen tot een open ruimte waarin kunst kan ademen is natuurlijk geen sinecure. Daarnaast was er natuurlijk ook de regelgever die van tijd tot tijd roet in het eten kwam gooien. Zo vertelt de gids ons gezelschap dat het stedenbouwkundig niet mogelijk was om een appartement te laten oprichten bovenop de bunker. Gelukkig is de mens een vindingrijk wezen en werd er uiteindelijk een vergunning afgeleverd voor een gezinswoning met kelder. In het geval van Christian en Karen Boros werd het een bovengrondse kelder van vier verdiepingen waarin men kan verdwalen tussen de hedendaagse kunst.

boros
Christian und Karen Boros Foto: © Wolfgang Stahr

Meer informatie: http://www.sammlung-boros.de

Dit artikel verscheen recent bij Het Beeldende Kunstjournaal.

Advertenties

Het geluid van de herinnering

Wat me opvalt is dat ik de laatste tijd minder tijd lees. Enkele jaren geleden bracht ik menig avond door in mijn vertrouwde zetel in het spinnend gezelschap van mijn sceptische kat. Oud of niet, het dier bleef een trouwe aanhanger van Willem Kloos: een godin in het diepst van haar gedachten. Ik, de nederige dienaar, werd geduld zo lang ik haar streelde en vooral … zo lang ik niet door een slapend been of andere onverwachte beweging haar feliene hoogheid durfde te storen. Zowel de zetel als de poes zijn er niet meer. (Het afscheid van de zetel viel me minder zwaar.) En toch zijn er van die momenten dat bepaalde geuren of geluiden me terugvoeren naar een tijd waar de grote 5 nog niet dreigend om de hoek lag.

Neen, verwacht hier geen Proustiaanse ontboezemingen waarbij de geur van een madeleine (past momenteel toch niet in mijn low carb-dieet) me wegvoert naar eindeloze krochten van mijn geheugen. Nochtans slaagde een man er deze week in om me plots 30 jaar jonger te laten voelen. Deze man was Ray Thomas. Hij stierf deze week op 76-jarige leeftijd aan prostaatkanker. Zijn naam zal wellicht niet onmiddellijk een belletje doen rinkelen, maar als ik Nights in white satin zeg, dan zullen de puberhormonen wel opnieuw aan het dansen gaan. Wie durft eerlijk te beweren nooit -al dan niet in dronken toestand-  de woorden Cause I love you -Yes I love you -Oh how I love you meegebruld te hebben op de dansvloer, de hand geklemd rond een lauw bierbekertje, placebo voor een avond zonder lief. Bij de tonen van Thomas’ dwarsfluitklanken bevind ik me plots opnieuw in de tolkenschool.

1987. Het is lente, ook al doet de zomerzon anders vermoeden. Op de binnenplaats zitten groepjes toekomstige taalvirtuozen te genieten van de warmte, de letteren, en sommigen zelfs van elkaar. Uit een hoek weerklinkt plots gitaarspel, een subtiel concerto para Amberes. Enkele seconden later vallen stemmen in; Letters I’ve written, never meaning to send. De noten verstommen de uitbundige gesprekken, nieuwsgierigen steken de hoofden buiten op zoek naar deze Orpheus. Steeds meer stemmen voegden in. Piaf had gelijk: zang laat je toe te ontsnappen. Je bent even niet meer van deze wereld. Ik ging op zoek naar deze band die me toen totaal onbekend was. In de pre-internettijden duurde het enkele dagen om een LP in handen te krijgen met daarop een extra lange versie van de nachten. Telkens weer liet ik me wegvoeren door het liefdeslamento van de dwarsfluit.

Another day’s useless energy spent.
Impassioned lovers wrestle as one,
Lonely man cries for love and has none.
New mother picks up and suckles her son,
Senior citizens wish they were young.

2017. Het is winter, de zon heeft zich de laatste weken niet meer laten zien. Wanneer ik op de radio die avond naar The Moody Blues luister, is het lente. Ik ben 30 jaar jonger, ik studeer, ik ben nog steeds in Antwerpen. Tempus fugit. En met Vergilius zit ik plots op de schoolbanken van een Antwerps college. Voor de klas staat een bezielende leraar die ons dicht over muren rond ons hart.

 

KRM: de kracht van tweevoud

Geza Jaeger werd geboren op 7 maart 1974 in Düsseldorf. Haar gelukkige jeugd werd op 14-jarige leeftijd abrupt onderbroken. Meer dan zes maanden bracht ze door in het ziekenhuis, maar deze gebeurtenis bezorgde haar een ongelooflijke levenslust. Ze ging opnieuw naar school, leerde piano spelen en nam opnieuw de tekenpen op. Haar passie bracht haar over de ganse wereld. In Liverpool organiseerde ze de tentoonstelling ‘India 50’ van de beroemde fotograaf Sebastiao Salgado. Ze werd uitgenodigd in Brisbane waar ze een liveoptreden rond poëzie, tekeningen en zang op de planken zette. Ze maakte tevens van de gelegenheid gebruik om zich onder te dompelen in de Aboriginalcultuur. Terug thuis publiceerde ze een boek over deze kunst. Na een doortocht in Berlijn trok ze naar Parijs waar ze in het Salon des Indépendants Chérif leerde kennen.

Mohamed Chérif Zerdoumi werd op 8 mei 1958 in het Algerijnse Tebessa geboren. Zijn vader was een man van aanzien in deze streek tussen het Auresgebergte en de Tunesische grens. Zijn moeder nam de zorg op zich voor de zeven kinderen. De oorlog zorgde er echter voor dat de familie het land moest verlaten en zich vestigen in Frankrijk. Chérif blonk niet uit op school. Alleen sport en plastische kunsten konden zijn aandacht houden. Door zijn slechte schoolresultaten moest hij van zijn vader een beroep leren. In 1981 huwde hij met Rose, de dochter van Spaanse immigranten. Zijn rusteloos dwalende geest kon het jonge vaderschap niet aan. Gedachten raasden door zijn hoofd, alleen lectuur kon hem de nodige rust schenken. In 1998 opende hij een antiekgalerij. Tijdens deze periode slaagde hij er in om een lot van 80.000 posters -daterend van de periode 1978 tot 1990- op de kop te tikken. Ze zouden de basis vormen van het latere werk. Na een studiereis door Bulgarije kocht Chérif een oude spinnerij in Boissezon bij Castres. Hier ontwikkelde hij zijn persoonlijke, harde neoprimitieve stijl. Als een gek ging hij aan de slag met alles wat onder zijn handen kwam: hout, plastic jerrycans, teer, lijm en verf. Zijn collages deden hem belanden op het Parijse Salon des Indépendants. Hier ontmoetten Geza en Chérif elkaar voor de eerste maal. Hier werd één artiest met vier handen geboren, hier ontstond KRM.

Drie maanden na hun eerste ontmoeting ziet hun eerste gezamenlijke project het levenslicht. In Berlijn, de voormalige gespleten stad, beginnen ze aan hun Esprit du Mur. De restanten van de Muur, de doorleefde herinneringen aan een grauw verleden inspireren het koppel tot Qui bouffe qui, een 60m² grote fresco op de Berlijnse Muur. Twee jaar later brengen ze in Leipzig een ode aan 15 jaar val van de Muur. Hun werk voert hen door gans de wereld. In 2017 brengen ze samen met de kunstenaars John Costi en Paul Doran een hedendaagse, interactieve tentoonstelling in Belfast onder de noemer No Walls. De locatie is niet zonder historische bijbedoeling. Ooit was deze Noord-Ierse stad het strijdtoneel tussen Ieren en Engelsen, tussen katholieken en protestanten. Ook hier vielen de muren. Ook in 2017 vinden we KRM terug in Montélimar waar ze in het Musée d’Art Contemporain tijdens de tentoonstelling Pop Art voir Plus in dialoog treden met het werk van Warhol, Haring en Basquiat. Deze werken zijn in januari integraal te bewonderen in Galerie Solo in de Museumstraat op het Antwerpse Zuid.

De 14 monumentale werken van bijna 2 op 1.5 meter zullen Galerie Solo op hun grondvesten laten daveren. Geza en Chérif, het Frans-Duitse artiestenkoppel dat onder de naam KRM door het leven gaat, creëert fictieve muren op hout. Deze rebelse kunst, die bij momenten doet denken aan werk van Mimmo Rotella , vindt zijn oorsprong in de menselijke tragedie en de complexiteit van het alledaagse leven. Met titels als La foi, fight, Do it, Migration, Luger, Pouvoir en Blessé scheppen ze een kruisweg in de gewijde stilte van de galerij. Bezoekers krijgen niet de indruk binnen te treden in een verkoopsomgeving, maar in een sacrale beleving. De werken lijken weggeplukt uit de urban jungle die zich enkele kilometers verder op gang trekt, om hier even hun schoonheid te laten bewonderen.

krm4

KRM, Luger (2013) courtesy Galerie Solo

Luger (2013) had net zo goed luguber kunnen heten. Het Duitse wapen richt zijn loop op een lege stoel waarop nog een tasje dampend hete koffie wacht op het slachtoffer. De kogelinslag wordt visueel weergegeven met een uiteenspattend Bam. Net zoals Pop-Artkunstenaar Roy Lichtenstein is de beeldtaal prominent aanwezig in het werk van KRM. Alles lijkt vooraf strak in scène gezet, een strakke regie die de lijnen bepaalt. Chérif ontkracht echter in alle toonaarden dat planning aan de basis van een kunstwerk ligt. ‘Ons werk kan je vergelijken met twee musici die tegelijkertijd improviseren, eigen spel vloeit naadloos over in een perfect samenspel.’ De stoel waarop een tasje koffie staat te wachten op het slachtoffer is naïef weergegeven. Vanuit perspectiefstandpunt zou men een deel van de vierde poot moeten zien. Waar is die stoel ooit nog eerder opgedoken? Inderdaad Joseph Kosuth kijkt over onze schouder mee. Wat verder opvalt is de afwezigheid van personen in het beeld, terwijl je dat net zou verwachten. De revolver vuurt zonder dader op een stoel zonder slachtoffer. Deze laatste is echter wel impliciet aanwezig in het werk door de getande P. Net zoals in het Kafka’s Proces is het slachtoffer herleid tot een letter. De -naïef geschilderd – witte P in schril contrast met het zwarte gestileerde wapen. In de rechterbovenhoek zijn afgescheurde posters een stille getuige van dit surrealistisch tafereel. KRM maakt dankbaar gebruik van de 80.000 affiches die Chérif in een vroeger leven op de kop heeft kunnen tikken. Meerdere affiches worden over elkaar gekleefd en gedeeltelijk afgeschraapt. Ze benadrukken het verval, de graffitimuur die geduldig wacht op de kogelinslag.

krm5

KRM, Incarcération (2013), courtesy Galerie Solo

Incarcération (2013) evoceert rauw-realistisch de gevangenisomgeving. De zwarte achtergrond benadrukt nog extra de benauwdheid waarmee de gevangene in zijn cel geconfronteerd wordt. Een rol wc-papier en de onleesbare graffiti zorgen voor de enige tinten in de zwarte omgeving. De foto waarom een man ons aanstaart, brengt de associatie van een ‘mugshot’. Ironisch genoeg is de code die zich onder de man bevindt een Captcha (Completely Automated Turing Test to tell Computers and Humans Apart). Deze vorm van identificatie wordt gebruikt om een extra veiligheid in te bouwen op het internet. Wie deze correct overtypt, zal op zijn computer naar een volgende pagina geleid worden. Wil KRM ons hiermee een geweten schoppen dat we op een of andere manier allemaal slachtoffer van het internet zijn? De codes die het wereldwijde web ons aanreikt zijn echter geen sleutels die vrij maken. Vrijheid wordt een ijdel woord. De gevangene die ons aanstaart is misschien vrijer binnen de beperking van zijn vier muren, dan de mens die zich vrij waant, maar tegelijkertijd in de ratrace van het heden meedraait.

In Fight gaat KRM in strijd met zijn artistieke vader. Tijdens de tentoonstelling in het Franse MAC (Montélimar) trad het kunstenaarsduo in dialoog met iconen uit de Pop Art zoals Warhol, Haring en Basquiat. In dit werk gaan ze zelfs verder. Twee onmiskenbare Keith Haringfiguren zijn in een strijd verwikkeld waarbij een van de twee dreigt uit het schilderij gegooid te worden. Ook in La Foi is de hond , een vaste waarde in het werk van KRM, prominent aanwezig. De hondenkop gaat echter schuil achter een blauw masker. De naïeve, krachtige gelaatsexpressie doet vermoeden dat de geest van Basquiat niet ver weg is. Een maatpak met grijze krijtstreep toont aan dat hier ook weer gretig gegrasduind werd in de reclameposters. Het hoofd is echter verwijderd en in de plaats daarvan bevindt zich een kruis. Het brein is verwijderd. Het dogmatieke denken is in de plaats gekomen.

Met KRM slaag Galerie Solo er op korte tijd in om met krachtige kunstenaars uit te pakken. Geza en Chérif toveren met hun Esprit du Mur de binnenmuren van de galerij om tot een les in kunstgeschiedenis, een opdracht tot stilstand en observatie, en nodigen ten slotte uit tot introspectie.

De tentoonstelling KRM bij Galerie Solo loopt nog tot 10 februari, klik hier voor alle info.

(Dit artikel verscheen eveneens op de website van TheArtCouch)

2017: een jaar in zwart-wit foto’s

Kan je 365 dagen samenvatten op minder dan 60 bladzijden? Ik weet het niet. Ik heb alvast mijn best gedaan om een symbolisch jaarboek klaar te stomen. Wat me opvalt? De verstilling die uit vele beelden spreekt. De vele details die me pas opvallen wanneer ik echt de tijd neem om te kijken. De weerspiegeling van een wolk in een plas. De eenzame voorbijganger die me zelfs nooit was opgevallen. Of om het met de woorden van Anne Leibowitz te zeggen:

“The camera makes you forget you’re there. It’s not like you are hiding but you forget, you are just looking so much.”

Art on my mind: Daan Den Houter – Keep on Dreaming

Love of beauty is taste. The creation of beauty is art. (Ralph Waldo Emerson)

De gordijnen blijven langer dicht en de verwarming doet verwoede pogingen om het rijk van Koning Winter buiten te houden. Naast me op de zetel ligt De mensengenezer van Koen Peeters. Nog maar enkele bladzijden gelezen en onmiddellijk voerde deze schrijvende bankier (of is het een financieel onderlegde schrijver) me terug naar de weidsheid van de Westhoek. Het dorp is nu leeg. In de grijze verte ligt Frankrijk er even troosteloos bij als deze kant van de grens. De winter heeft de kleur uit het landschap weggevaagd. Naast me pronkt een mooie herinnering aan het 37ste kunstenfestival: Keep on Dreaming van de Nederlandse kunstenaar Daan Den Houter.

Zestien stalen kubussen werden aan het grote publiek aangeboden. Een van de kubussen bevat een goudklompje. De waarde van het edelmetaal overtreft de aankoopprijs. Een koopje en en gokje waard voor een bankier in hart en nieren? Neen, wie de stalen kubus durft vernietigen in de hoop goud aan te boren, loopt het risico om door een van de 15 andere eigenaars aangeklaagd te worden. Contracten werden getekend, beloftes gemaakt. De kunstenaar en ondertekende vraagt zich af wat het meeste waarde heeft: de zekerheid over het al dan niet bezitten van een klompje goud of de gemeenschappelijke droom.

Deze vraag spookt tijdens de lectuur van Peeters door mijn hoofd en steeds weer dwalen mijn gedachten af. De koeien van de Westhoek transformeren in stalen kubussen. De keizersnee die het jonge kalf moet bevrijden, lijkt steeds meer op het openbreken van de enigmatische driedimensionale vierkant. Ik neem het voorwerp in mijn handen, schudt ermee. Kan je uit het getik opmaken of het goud of staal is dat zich in de buik bevindt? Klinkt goud anders dan staal? Het valt me wel op dat het voorwerp – letterlijk – een deel van zijn glans verliest. Wellicht heeft dit kunstobject nood aan mensen om het te bewonderen, volstaat mijn dagelijks blik niet om het opnieuw glans te geven. Wie weet droomt het wel – net zoals ik – van de warme zomerwind die het opgeschoten graan doet wiegen. Van landschappen die vol ongeduld wachten om opnieuw gevuld te worden met lentekleuren. Van een dorp dat indommelt in zijn jaarlijkse winterslaap om over enkele maanden opnieuw kunst en liefhebbers te ontvangen in zijn huizen.

Meer dan een boek: The Picture of Dorya Glenn

Wat krijg je als je een auteur/scenarioschrijfster/beeldend kunstenares in contact brengt met een fotokunstenaar? Deze vraag stelden zich ook schrijfster Julie O’yang en fotograaf Filip Naudts. Het resultaat van hun samenwerking een fotoroman noemen zou beide kunstenaars oneer aandoen. Met hun samenwerkingsproject dat recent verscheen bij Stichting Kunstboek onder de titel The Picture of Dorya Glenn bewijzen ze dat 1+1 niet altijd twee is, maar soms oneindig veel meer. Tijd dus voor The Art Couch om beide kunstenaars even aan het woord te laten.

Ik ben blij dat we in deze moderne tijden leven. Hoe moest je immers in pre-internettijden een interview afnemen met een kunstenaarsduo waarvan de ene helft in Kopenhagen woont (en dan bovendien nog in Nairobi zit op het ogenblik) en de ander in Lochristi. De eerste vraag is dan ook voor de hand liggend: ‘Waar ontmoetten jullie elkaar en hoe kwam deze samenwerking tot stand?’

De rest van het interview leest u op The Art Couch.

Wandelen op het Vlaamse Père Lachaise

262403 campo1 76be5f large 1508923070Het Campo Santo wordt ook wel eens het Père Lachaise van Gent genoemd: een idyllische plek waar nogal wat vooraanstaanden begraven liggen.

Het was pastoor Jozef Van Damme die in 1847 het initiatief nam om achter de pas gebouwde Sint-Amanduskerk een kerkhof in te richten, niet alleen voor zijn parochianen, maar hij verkocht ook percelen van deze romantische begraafplaats aan de Gentse elite. Het initiatief werd gesmaakt en een aantal mensen werden zelf opgegraven uit hun oorspronkelijke begraafplaats om herbegraven te worden op Campo Santo.

Er ontstond al snel een traditie van Campo Santo als begraafplaats voor de intellectuele elite. Hun biografieën geven een inkijk in de geschiedenis en in de kunstgeschiedenis. Op dit bijzondere kerkhof kan de bezoeker zich laten verwonderen door de soms zeer mooi uitgewerkte grafmonumenten.

De Cultuurdienst ontwikkelde een nieuwe kaart voor het Campo Santo waarmee men zelf op ontdekking kan gaan. De kaart vertelt meer over de begraafplaats en het ontstaan ervan, en neemt de wandelaars mee langs 49 graven van textielbaronnen, dichters en romanciers, regeringsleiders en andere personen die een bijzondere rol van betekenis hebben gespeeld voor de stad Gent en daarbuiten.

‘De wandelkaart vertelt aan de wandelaars over de betekenis van de figuren die er begraven liggen en over hoe zij hebben bijgedragen tot de wereld waar in zij leefden, vaak hebben hun daden en inzichten vandaag nog een weerklank. Ook de graven van een aantal meer recent overleden figuren, zoals Luc De Vos, Jan Hoet en Wilfried Martens zijn op de wandeling terug te vinden.’

Annelies Storms, schepen van Cultuur

 

Hype: laat je boek signeren via skype

Hoe_ik_de_beste_vriend_web

Zaterdag openen opnieuw de deuren van de #boekenbeurs. Opnieuw zullen duizenden geïnteresseerden toestromen en zich verwonderen over het grote aanbod. Opnieuw zullen cultuurpessimisten het boek dood verklaren. Opnieuw zullen kookboeken de top 10 aanvoeren. Gelukkig zijn er nog vaste waarden in het boekenvak. Auteurs – zenuwachtige debutanten en doorwinterde schrijvers – zullen zij aan zij hun werk voorzien van een handtekening en een gepersonaliseerde tekst voor de geduldig aanschuivende massa.

Wie een handtekening wil van Alpha 22, de auteur van Hoe ik de beste vriend van een seriemoordenaar werd, zal echter voor een lege signeertafel staan. Alpha 22 is een undercover agent die bevriend geraakte met seriemoordenaar Claudy Pierret, een terreurcel ontmantelde en in een internationale drugsbende infiltreerde. Daar er nog steeds een prijs op zijn hoofd staat, zal de auteur dan ook niet ‘live’ aanwezig zijn (het risico dat het zijn laatste live-optreden zou kunnen zijn, is immers nogal groot). Via een skype-sessie kunnen geïnteresseerden een gesigneerd exemplaar van zijn boek bestellen en een uurtje later afhalen.

Als we mogen afgaan op de cover van het boek kunnen we alvast concluderen dat Alpha 22 een naast familielid is van Guido Belcanto 😉

 

Arno en de buitenaardse dictator

downloadWanneer een Chinese auteur (Julie O’Yang) en een Vlaamse fotograaf (Filip Naudts) niemand minder dan rockster Arno kunnen enthousiasmeren voor hun kunstproject, dan moet het goed zijn. Ik trok alvast mijn ruimtepak aan en trok richting Altair IV voor een bezoek aan Dorya Glenn, de buitenaardse dictator die de hoofdrol speelt in het boek The Picture of Dorya Glenn.  

Het complete interview lees je binnenkort op The Art Couch.