Books on my mind: Josef Koudelka – Vestiges

“The maximum, that is what has always interested me”( Josef Koudelka) 

De laatste maanden stapelen de boeken zich rondom mij op. Zoveel om te lezen, zo weinig tijd. Daarom dat ik besloten heb om op geregelde basis eens in de stapels te snuisteren en me te laten verrassen door wat ik alweer lang vergeten was. Magnumfotograaf Josef Koudelka heeft de eer om de spits af te bijten? Waarom? Misschien omdat hij twee van mijn liefdes combineert: Slovenië en zwart-wit fotografie. Kleuren hebben me altijd afgeleid. Ze voeren je weg van de essentie. Kleur heeft de neiging om beeld te overheersen. Wanneer je een beeld moet vatten in slechts zwart en wit en de tientallen schakeringen van grijs, dan speelt je onderwerp onvermijdelijk de hoofdrol. Je leert kijken, stil te staan, even dat verstilde moment van tijd met de fotograaf te delen.

Vestiges is de poëtische neerslag van een reis die de Tsjechisch-Franse fotograaf gedurende twee decennia langs meer dan 200 archeologische sites rondom de Middellandse zee voerde. De kracht van de foto’s bevindt zich in de afwezigheid der mensen, genadeloos op papier vastgelegd door de camera. De sporen uit het verleden doen vermoeden dat het ooit anders was en dat deze laatste resten nog steeds wachten op de terugkeer naar dat glorierijke verleden. Delphi, Baalbek, Petra bewaren le temps perdu, Koudelka vereeuwigt de bewaarders.

josef-koudelka-vestiges-1991-2015-08.jpg

 

Advertenties

De boeken die mijn pen beïnvloedden

Voor het meest recente nummer van Verzin mocht ik vertellen welke boeken een invloed hebben gehad op mijn lezers- en (beperkte) schrijversbestaan. Het was aangenaam graven in de krochten van mijn achterhoofd. Ik werd opnieuw vrienden met Konsalik, dacht met weemoed terug aan de vele uren die ik met Joyce in bed doorbracht en werd opnieuw jaloers op de literaire taalspelletjes van Perec.

In het dossier ‘Young Adult’ maakt u bovendien kennis met Els Beerten, Jan de Leeuw en Mirjam Mous. Verder een prachtinterview met Margot Vanderstraeten en ook Vitalski laten zijn literaire licht weer schijnen op ingezonden teksten. U leest het al, genoeg redenen om het nieuwe nummer van voor naar achter te lezen.

Wie geïnteresseerd is in de boeken die mij hebben beïnvloed, kan hieronder terecht.

schrijver1 schrijver2 schrijver3

Kunstenfestival Watou: de samenhang van alleenigheid

Vindt het plaats of niet? Dat is vraag die het meest gesteld wordt wanneer er wordt gepraat over het Kunstenfestival Watou. Vorig jaar leek het alsof het festival zou ophouden met bestaan, wegens een negatief advies van een van de vele commissies die dit landje rijk is. Gelukkig is Jan Moeyaert een overlever en vond hij opnieuw de nodige fondsen om Watou twee maanden om te toveren tot een alleenig en uniek stiltemoment in de Westhoek.

‘Be a loner, that gives you time to wonder and to search for the truth’ (Albert Einstein).

Kunstenaars scharen zich graag achter deze uitspraak van Einstein. Ze nemen tijd om mensen en dingen te observeren en er ons vervolgens over te vertellen. Spijtig genoeg staan we nog zelden stil bij de steeds sneller wegglippende tijd. Op de schermen van onze iPad, GSM en andere communicatiemiddelen drukken we ons uit in amper 160 tekens. En als er een emoji-teken bestaat, dan volstaat vaak slechts één druk op de knop.

We zijn steeds meer verbonden en tegelijk worden we eenzamer. Recent wetenschappelijk onderzoek wijst immers uit dat 14 procent van de Belgen tussen 18 en 80 jaar getroffen wordt door eenzaamheid. Meer dan 1.250.000 Belgen voelen zich eenzaam, al dan niet in een groep. Want laat ons duidelijk wezen, er is een groot verschil tussen alleen zijn en eenzaam. Laten deze alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid dan ook net de rode draad zijn in deze 37ste editie van het Kunstenfestival Watou.

Watou blijft een totaalervaring, waar vaste waarden als de Douviehoeve, de kerk en de brouwerij afgewisseld worden met nieuwe locaties. Dit jaar verwelkomen de Vijfhoekstraat 13 en de kasteeltuin nieuwe kunstwerken. Net zoals bij vorige edities is er niet afgeweken van de gesmaakte mix van kunst en poëzie. De stilte van het Schrevedorp wordt slechts bij momenten opgeschrikt door een voorbijrazende tractor, een landbouwer op weg naar zijn kurkdroge akkers.

WB2015In het klooster treffen we kunstenaar Willy Baeyens aan. Zijn werken bevinden zich in een donkere ruimte die in schril contrast staat met de rest van de totaal witte kamers (zoals Kouwenaar het poëtisch zou uitdrukken). Dit multitalent runde tot 2014 een eigen reclamebureau, tot een emotionele gebeurtenis zijn leven een andere richting deed inslaan. Zijn werk ‘One size jacket’ is een perfect voorbeeld van alleenigheid. Deze dwangbuis wacht op een volgende gebruiker, de sporen van de vorige eigenaar nog latent aanwezig in de stof.

Nog sterker is het werk met de alleszeggende titel ‘Fragile’. In deze eigengemaakte diptiek zien we een potloodtekening van een man met gebogen hoofd, alsof hij zich schaamt in dit schilderij of in zichzelf opgesloten zit. Baeyens vertelt ons dat elke potloodtrek uniek is, geen enkele uitwisbeweging verstoort dit verstilde moment. Aan de andere kant van het tweeluik bemerken we tralies met een vaag, gedempt licht, dat moeite doet om de neerkijkende man nog verder op te sluiten. Stevige sloten vergrendelen het diptiek. Op de buitenkant lezen we de titel van het werk ‘Fragile’, het verwijst niet alleen letterlijk naar het werk, maar ook naar het emotionele moment gevat in potlood. In ditzelfde klooster neemt de Franse kunstenares Emilie Faïf ons mee, ab ovo (vanuit het ei) met haar zwerm uitvergrote spermacellen. Met dit beeld wijst ze de toeschouwer op de overlevingsdrang van het individu, dat ooit uit een groepje cellen is opgestaan.

Via het klooster belanden we in de kerk waar Javier Pérez’ rozenkrans van doodshoofden een sterk memento mori brengt, een pijnlijke grens tussen verontwaardiging, verbondenheid en eenzaamheid. In diezelfde kerk roept de Algerijnse kunstenaar Yzid Oulab met zijn ‘Rift, The Crusade of the Innocents’ beelden op van de talloze bootvluchtelingen die aanspoelen op Italiaanse stranden op zoek naar een veilige, betere toekomst. Het is een dunne lijn om de overstap te maken naar Géricault en zijn schipbreukvlot. Het grote verschil is hier echter dat er op dit vlot niemand meer aanwezig is. Zijn het de doodshoofden die we in de rozenkrans aantroffen, of zijn de opvarenden gered van de woeste zee? Oulab gebruikte voor zijn vlot opgerolde oosterse tapijten. De mast is een grote offerkaars. Opnieuw is de confrontatie tussen oost en west niet ver weg, maar nu zijn ze samengesmolten tot een reddingsvlot.

JP2013Op een terras laten we onder het nuttigen van een hommelbiertje de indrukken over ons neerdalen. Sterk werk dat meer dan eens een mokerslag uitdeelt. In de Douviehoeve is het opnieuw Pérez die voor een kippenvelmoment zorgt. Met ‘El baile del infinito’ (De oneindige dans) voert hij een intimistische (intieme, sfeervolle) dans ten tonele. Twee witte gewaden wentelen langzaam om hun as. Het ruisen van de stof op het beton van de ruimte is het enige geluid dat doordringt. In een perpetuum mobile van rust tekenen ze het oneindigheidssymbool in rood zand. Elk jaar brengt het Kunstenfestival ook een ode aan een bekende zanger. Dit jaar vult de rauwe rookstem van Jacques Brel de ruimte: een mooiere plek is er niet om ode te brengen aan ‘le plat pays’ (het vlakke land).

Maar denk nu niet dat je Watou met een zwaarmoedig gevoel zal verlaten, daarvoor zijn er gelukkig ook kunstenaars en werken die ogenschijnlijk lichtvoetiger zijn. In de graanschuur tovert Pierre Frankel met zijn woordspeling ‘Que serais-je sans toît’ (Wat zou ik zijn zonder jou) een glimlach op de lippen. Thuiskomen in de ander en geborgenheid. Gevoelens die de alleenigheid moeten bestrijden.

DDH2017Ook de Nederlander Daan den Houter speelt op ludieke wijze in op de moderne tijden. Met zijn ‘Money Floor’ nodigt hij de bezoekers uit om een van de 20.000 eurocentjes die op de vloer verspreid liggen, mee te nemen. Op deze manier word je mede-eigenaar van ‘1/20.000 Daan den Houter’. Met zijn ‘Keep on dreaming’ gaat de kunstenaar nog verder.  Voor € 333,- kan je eigenaar worden van een van de 16 kubussen waaruit dit werk bestaat. In een van deze kubussen zit een klompje goud van 50 gram (met de huidige koers toch een € 1.700,-). Er is echter een maar. Je moet beloven om deze kubus nooit te openen. Wie dit doet, kan door een van de 15 andere eigenaars aangeklaagd worden. Wat is het belangrijkste voor deze 16 mensen die elkaar wellicht nooit zullen ontmoeten: het goud zelf of de gemeenschappelijke droom?

Ook dit jaar is Watou weer een aangenaam anachronisme in deze Twittertijden. Ik had nog tientallen andere werken kunnen beschrijven, maar momenteel heb ik al voldoende tekens gebruikt om meer dan 50 tweets te vullen.

Tijdens de zomermaanden is het Kunstenfestival Watou opnieuw een reden om richting Westhoek te trekken. Vorig jaar verlieten we het dorp nog met een wrang gevoel, een vroegtijdige begrafenis meegemaakt te hebben. Nu weten we dat Moeyaert en de zijnen de feniksen van Poperinge en omstreken zijn. Ze zullen blijven vechten tegen commissies en vóór kunstliefhebbers, die op stilaan vertrouwde locaties zich willen laten verrassen door het ruisen van het riet, de lichtinval op een kunstwerk of gewoon de toevallige samenhang van alle alleenigen die genieten van het moment.

W’17 / PRAKTISCH, Catalogus: €20, Festivalhuis Watouplein 12 8978 Watou Poperinge (België) . Meer info op http://www.kunstenfestivalwatou.be of via info@kunstenfestivalwatou.be

(Dit artikel verscheen eerder bij Het Beeldende Kunstjournaal)

Wat hebben Trump en Erasmus met elkaar gemeen?

connect_mailchimp-2Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience laat de kracht zien van de zestiende-eeuwse drukpers en de impact van de sociale media

In de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience laten vijftig boeken en meerdere multimediale zuilen de kracht zien van de zestiende-eeuwse drukpers en de impact van de sociale media. Vroeg-zestiende-eeuws drukwerk en sociale media groeiden uit tot massamedia met ongekende mogelijkheden. Ze evolueerden tot instrumenten van ideeënverspreiding en van polemiek, of ze werden een motor voor maatschappelijke verandering.‘ zegt Caroline Bastiaens, schepen voor cultuur.

Lees verder.

Jeroen Olyslaegers en de Dulle Griet

Jeroen Olyslaegers wordt de volgende twee jaar writer in residence bij het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh. De schrijver, die momenteel hoge toppen scheert met zijn roman Wil, bereidt er zijn volgende boek voor dat in het teken staat van het 16de-eeuwse Antwerpen én de Dulle Griet. Hij zal ook in het museum zelf artistieke interventies ondernemen.   

sigridspinnox-8
foto: Sigrid Spinnox

Olyslaegers  scheert momenteel hoge toppen met zijn boek Wil. Met deze roman won hij in mei 2017 de Fintro Literatuurprijs, en op 13 juni 2017 ontving hij hiervoor de Ultima Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Proza uit de handen van Sven Gatz, Minister voor Cultuur. Met die laatste prijs treedt hij in de voetsporen van onder meer Stefan Hertmans, Hugo Claus en Hendrik Conscience.

In aanloop naar 2019 slaan Olyslaegers en Museum Mayer van den Bergh de handen in elkaar. 2019 wordt immers een feestjaar voor Pieter Bruegel de Oude, het is dan 450 jaar geleden dat de schilder overleed. Op 5 oktober 2019 opent in Museum Mayer van den Bergh de Bruegeltentoonstelling ‘De wereld op zijn kop’. In deze tentoonstelling worden drie mysterieuze en apocalyptische schilderijen van Bruegel voor het eerst samengebracht en ontrafeld. Eén van die schilderijen is het topstuk van het museum zelf, de Dulle Griet, dat momenteel in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium te Brussel gerestaureerd wordt. Dit schilderij fascineert Olyslaegers al lange tijd en zal een belangrijke rol spelen in zijn volgende boek, dat, zo zegt de schrijver zelf, ‘nog grootser wordt’ dan het recent gelauwerde Wil.

Olyslaegers’ hart klopt niet enkel voor Bruegel en de Dulle Griet: zijn liefde voor de verborgen parel Museum Mayer van den Bergh, en de vele verhalen die schuilgaan in dit huiskamermuseum, zijn een bron van fascinatie voor de auteur. De samenwerking naar aanloop van het Bruegeljaar is voor de gevierde schrijver ‘een natuurlijke verwantschap’ waarbij zijn eigen literaire praktijk, de collectie van Museum Mayer van den Bergh en de tentoonstelling ‘De wereld op zijn kop’, elkaar ontmoeten. De schrijver zegt daarover zelf het volgende: ‘Het Museum Mayer Van den Bergh doet mij dromen. In haar bezit is één van de mooiste en voor mij een van de meest intrigerende schilderijen ooit gemaakt, de Dulle Griet van Pieter Bruegel de Oude. Ik heb het museum zelf altijd als mysterieus ervaren. In feite en in alle discretie gezegd is het zelfs een jongensdroom van deze bijna vijftigjarige knaap die een mooi museum als een portaal beschouwt naar zoveel verschillende werelden.’

Als writer in residence maakt Olyslaegers een hedendaagse vertaalslag en toont hij dat Bruegel en zijn artistieke nalatenschap ook na 450 jaar nog relevant zijn. Op 5 oktober 2017, exact twee jaar voor de opening van ‘De wereld op zijn kop’ én bovendien op de 50ste verjaardag van de auteur zelf, wordt de eerste artistieke interventie van Olyslaegers als writer in residencevoorgesteld in Museum Mayer van den Bergh. De auteur neemt de bezoeker mee in een luisteravontuur en op een ongewone ontdekkingstocht in Museum Mayer van den Bergh. Schepen van cultuur Caroline Bastiaens is bijzonder opgetogen over de samenwerking: “Het feit dat Olyslaegers, momenteel één van de meest gevierde schrijvers van Vlaanderen, zijn naam en werk wilt verbinden aan het Museum Mayer van den Bergh is een ongelofelijke troef om de schatkamer van Fritz Mayer van den Bergh meer bekendheid te geven binnen het Antwerpse, Vlaamse en internationale culturele landschap. Olyslaegers heeft een bijzonder krachtige en opmerkelijke persoonlijkheid die eenzelfde gedrevenheid en passie voor Bruegel heeft als Fritz Mayer van den Bergh. Die fascinatie voor Bruegel zal de komende jaren nog meer tot uiting komen in zijn eigen werk én in de interventies die hij zal ontwikkelen voor het Museum Mayer van den Bergh. Die samenwerking zal tijdens het Bruegeljaar in 2019 tot een hoogtepunt leiden. Maar ik ben alvast bijzonder benieuwd naar het eerste resultaat dat we samen met de schrijver op zijn vijftigste verjaardag in het museum mogen voorstellen.”

Amélie Nothomb – De misdaad van graaf Neville

nathalie

Een wrange nasmaak

Sinds haar debuut in 1992 is Amélie Nothomb niet weg te slaan uit het literaire landschap. Bizarre verhaallijnen en ongeloofwaardige plotwendingen verweven met een intertekstualiteit vormen een vast onderdeel van haar werk. Maar slaagt Nothomb er nog in om na meer dan twintig jaar en dertig romans de lezer te verrassen?

Wie over Nothomb schrijft, vermeldt minstens eenmaal dat ze een diplomatendochter is die jaren in het buitenland verbleef. Dat ze tevens achternicht is van de Belgische politicus Charles-Ferdinand Nothomb wordt meestal in eenzelfde adem uitgesproken. De schrijfster, die afwisselend tussen Frankrijk en België pendelt, is bovendien vorig jaar toegetreden tot de adel. Ze werd toen door Koning Philip tot barones aangesteld. In haar nieuwe roman neemt de schrijfster haar lezers dan ook mee naar een wereld die ze perfect kent: de Belgische adel.

In het boek dat – zoals meestal – amper honderd bladzijden telt, beschrijft ze het wel en wee van de verarmde adellijke familie Neville. Door financiële zorgen zien ze zich verplicht om het landgoed Pluvier van de hand te doen. Een laatste tuinfeest moet vrienden en kennissen overtuigen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Maar dat is buiten de voorspelling van de waarzegster Portuendère gerekend. Op een nacht besluit Nevilles jongste dochter, Sérieuse, om de nacht buiten door te brengen. Voor haar de ultieme noodoplossing om met haar geblokkeerde gevoelens in contact te treden. Ze wordt door de waarzegster gevonden die Sérieuses vader op de hoogte brengt. Alsof het niet voldoende is dat geldgebrek en een puberende dochter als een donderwolk over het leven van graaf Neville hangen, voorspelt de zieneres dat hij tijdens het tuinfeest iemand om het leven zal brengen.

Voldoende stof dus om een spannende roman te schrijven, maar ondanks dit plot geraakt het verhaal niet van de grond. Nothomb trekt immers de literaire trukendoos open die ze in haar vorig werk ook etaleerde. Intertekstualiteit kan leuk zijn, maar je kunt niet van je lezer verwachten dat deze moeiteloos laveert tussen de Griekse tragedies, Oscar Wilde en Rimbaud. Niet dat je het echt nodig hebt om dit boek te lezen, maar je blijft wel telkens achter met het gevoel dat je iets gemist hebt. Bovendien is er de traditionele literaire hyperbool van Nothomb. Personages zijn zelden mooi, maar altijd bloedmooi. Personages heten zelden Jan of Frank, maar gaan door het leven met zwierige namen als Orestes en Electra. Wie gestoord is, doet dit ook meestal in de overtreffende trap.

Zonder kritische reflectie besluit de verarmde graaf op het feest een van de gasten te vermoorden en zo de ‘vloek’ van de waarzegster te bezweren. Dit is echter buiten Sérieuse gerekend die de conversatie tussen haar vader en zieneres toevallig hoorde. Ze stelt haar vader voor de keuze. Vermoord mij. Ik ben een gevoelloos wezen dat niet verdient te leven. Op deze manier doe jij mij een plezier en breek je profetie niet. Het wordt een intellectueel spelletje blufpoker waarbij graaf Neville uiteindelijk capituleert en belooft zijn dochter te doden. Dit is echter buiten Schuberts ‘Schwanengesang’ gerekend. Deze liedcyclus breekt het pantser van Sérieuse waardoor ze op het laatste ogenblik afziet van haar georkestreerde zelfmoord. Maar dit is natuurlijk niet de enige deus ex machina die op de laatste pagina’s zijn intrede doet. Graaf Neville struikelt met een dienblad champagne. Het dienblad breekt de nek van een van de gasten en laat deze nu net haar erfenis nalaten aan de familie Neville. Eind goed, al goed voor de Nevilles.

Als lezer blijf je wel achter met een wrange nasmaak. Een einde moet verrassen. Het lijkt wel alsof Nothomb op het einde van haar relaas beseft dat ze al meer dan honderd pagina’s ver is en haar verhaal afbreekt met een te gezocht ‘happy end’. Dit is niet de eerste keer: na een tijd kent de lezer deze trukendoos wel. Een beginnend auteur zou door zijn redacteur op de vingers getikt worden.

Amélie Nothomb – De misdaad van graaf Neville. Vertaald door Marijke Arijs. Xander Uitgevers, Amsterdam. 111 bladzijden. € 19,99.